Cv-ketel bijvullen: hoe vaak is normaal?
Af en toe bijvullen hoort erbij. Elke maand niet. Waar de grens ligt en wat het betekent als u er steeds overheen gaat.
De waterdruk van uw cv-installatie zakt langzaam weg en u vult bij. Dat is normaal — tot op zekere hoogte. De vraag is waar die hoogte ligt, want een installatie die u elke maand moet bijvullen, verliest water, en dat water gaat ergens heen.
Wat is een normale druk?
Een cv-installatie in een doorsnee eengezinswoning staat in koude toestand doorgaans op ongeveer 1,5 tot 2 bar. Bij verwarmde installatie loopt dat op; dat is normaal, want warm water zet uit.
In een woning met meerdere verdiepingen is een iets hogere druk nodig om ook de bovenste radiatoren te vullen. De handleiding van uw ketel geeft de waarde die voor uw installatie geldt; houd die aan in plaats van een algemene vuistregel.
Te lage druk betekent dat de ketel op storing gaat of dat radiatoren niet warm worden. Te hoge druk laat het overstortventiel aanspreken, waardoor water wegloopt — waarna u weer moet bijvullen. Dat is een cyclus die zichzelf in stand houdt.
Hoe vaak is te vaak?
Als globale richtlijn:
**Één tot twee keer per jaar bijvullen** is normaal. Bij het ontluchten van radiatoren verdwijnt lucht én een beetje water uit het systeem, en na het stookseizoen is wat drukverlies gebruikelijk.
**Elke paar maanden** is een signaal. Er verdwijnt meer water dan bij normaal gebruik verklaarbaar is.
**Elke maand of vaker** betekent dat er een lek is. Water verdampt niet uit een gesloten systeem; als het weg is, is het ergens naartoe gegaan.
Waar het water heen gaat
### Het expansievat
Dit is de meest voorkomende oorzaak. Een expansievat vangt de uitzetting van verwarmd water op. Het bevat een membraan met daarachter lucht onder druk.
Raakt dat membraan defect of loopt de voordruk weg, dan kan het vat de uitzetting niet meer opvangen. De druk loopt bij verwarming te hoog op, het overstortventiel opent, water loopt weg, en bij afkoeling staat de installatie te laag.
Herkenbaar patroon: de druk schommelt sterk tussen koude en warme toestand, en er komt af en toe water uit de overstortleiding. Een expansievat is bij te vullen of te vervangen; dat is regulier onderhoudswerk.
### Het overstortventiel
Ook wel het veiligheidsventiel. Zit er vuil onder de klep of is de veer versleten, dan sluit hij niet meer goed af en lekt er continu een beetje water weg.
Dit ziet u aan de overstortleiding, die meestal naar buiten of naar een afvoer loopt. Is die vochtig of kalkaanslag zichtbaar, dan is dat uw verklaring.
### Radiatorkranen en koppelingen
Kleine lekkages bij radiatoraansluitingen zijn eenvoudig te missen. Het water verdampt vaak voordat er een plas ontstaat, en wat u overhoudt is een licht roestige of kalkerige aanslag onder de aansluiting.
Loop bij een onverklaarbaar drukverlies alle radiatoren na en voel met een droge doek onder elke aansluiting.
### Een lek in de vloer
De vervelendste variant. Cv-leidingen lopen vaak in de dekvloer, en een lek daar is niet zichtbaar. Aanwijzingen zijn een warme plek op de vloer, drukverlies dat toeneemt als de verwarming aan staat, en soms een vochtplek op een plafond eronder.
Dit vraagt lekdetectie met warmtebeeld of een drukproef. Zelf zoeken heeft geen zin.
### De ketel zelf
Een lekkende warmtewisselaar of een defecte afdichting binnen de ketel. Dit is zichtbaar als vocht of kalkaanslag onder het toestel. Bij een oudere ketel is dit vaak het moment waarop de afweging repareren of vervangen aan de orde komt.
Zelf vaststellen waar het zit
Deze test kost u niets en levert de loodgieter veel op:
1. Noteer de druk in koude toestand, 's ochtends voordat de verwarming aanslaat.
2. Noteer de druk als de installatie op temperatuur is.
3. Noteer opnieuw de volgende ochtend, koud.
**Sterke stijging bij warmte, terug naar te laag bij koud** — expansievat.
**Geleidelijke daling, ook zonder verwarming** — een lek in het systeem, mogelijk in de vloer.
**Daling alleen tijdens het stookseizoen** — mogelijk een aansluiting die pas bij hogere temperatuur gaat lekken.
Geef deze drie metingen door als u belt. Het is precies de informatie waarmee een monteur gericht kan zoeken.
Bijvullen doet u zo
Raadpleeg altijd eerst de handleiding van uw ketel; de plaats van de vulkraan verschilt per merk.
1. Zet de ketel uit en laat de installatie afkoelen. Bijvullen op een warme installatie geeft een verkeerde meting.
2. Sluit de vulslang aan op de vulkraan en op een waterpunt.
3. Vul de slang eerst met water zodat er geen lucht in het systeem komt.
4. Open langzaam en kijk mee met de drukmeter.
5. Sluit af zodra u de juiste waarde bereikt, en sluit beide kranen.
6. Koppel de vulslang los. Laat hem niet aangesloten zitten.
7. Ontlucht daarna de radiatoren, van beneden naar boven, en controleer de druk opnieuw.
Dat laatste punt over de vulslang is belangrijker dan het lijkt: een aangesloten slang kan bij drukverschil leiden tot terugstroming van cv-water in de drinkwaterleiding.
Wanneer u een monteur belt
- U vult vaker dan een paar keer per jaar bij.
- De druk zakt binnen dagen weg.
- Er komt water uit de overstortleiding.
- U ziet vocht of kalkaanslag onder de ketel.
- U vermoedt een lek in de vloer.
- De druk loopt bij verwarming ver op.
Blijven bijvullen is geen oplossing. Elke keer dat u vult, komt er zuurstofrijk vers water in het systeem, en dat versnelt corrosie in radiatoren en leidingen. Een installatie die jarenlang maandelijks wordt bijgevuld, slijt daardoor sneller van binnenuit.
Huurt u?
Onderhoud en reparatie van de cv-installatie zijn in een huurwoning vrijwel altijd de verantwoordelijkheid van de verhuurder. Meld het daar, schriftelijk. Zelf een monteur inschakelen kan betekenen dat u de rekening niet vergoed krijgt.
Ontluchten in de juiste volgorde
Bijvullen en ontluchten horen bij elkaar, en de volgorde bepaalt of het werkt.
1. Zet de ketel uit en laat de installatie een halfuur afkoelen, zodat lucht naar de hoogste punten kan stijgen.
2. Controleer de druk. Staat die te laag, vul dan eerst bij.
3. Begin bij de radiator die het **dichtst bij de ketel** staat, op de **laagste verdieping**.
4. Open het ontluchtingsventiel met een sleutel of schroevendraaier tot u lucht hoort ontsnappen. Houd een bakje en een doek klaar.
5. Sluit zodra er water komt in plaats van lucht.
6. Werk zo naar boven en naar buiten toe: eerst beneden, dan de eerste verdieping, dan de zolder.
7. Controleer daarna de druk opnieuw. Die is vrijwel altijd gezakt, dus vul zo nodig bij.
8. Zet de ketel weer aan en controleer of alle radiatoren gelijkmatig warm worden.
Die volgorde van beneden naar boven is geen detail: lucht stijgt, en als u bovenaan begint, trekt u lucht uit de lager gelegen delen mee naar boven waar u al klaar was.
Blijft een radiator koud terwijl er geen lucht meer uit komt, dan zit het probleem niet in lucht maar in de doorstroming — een dichtgeslibde radiator, een vastzittende thermostaatkraan of een pomp die te weinig levert.
Waarom vaak bijvullen de installatie sloopt
Vers leidingwater bevat opgeloste zuurstof. In een gesloten cv-systeem wordt die zuurstof na de eerste vulling verbruikt, waarna er weinig meer gebeurt.
Vult u maandelijks bij, dan brengt u telkens nieuwe zuurstof in. Die reageert met het staal van radiatoren en leidingen, wat corrosie en magnetiet oplevert: zwart slib dat zich ophoopt in radiatoren, de pomp belast en de warmtewisselaar dichtzet.
Het gevolg is een installatie die van binnenuit slijt. Radiatoren worden onderin niet meer warm, de pomp gaat eerder stuk, en het rendement loopt terug.
Dat is de eigenlijke reden waarom structureel bijvullen geen oplossing is: u onderhoudt niet, u versnelt de slijtage. Een lek opsporen kost eenmalig geld; blijven bijvullen kost een installatie.
Wanneer het de ketel zelf is
Aanwijzingen dat het toestel zelf lekt:
- Vocht of een plasje onder de ketel
- Witte kalkaanslag op de onderzijde of op leidingen vlak eronder
- Roestsporen op de mantel of de bodemplaat
- Drukverlies dat samenvalt met warmwatergebruik in plaats van met verwarming
Bij een ketel ouder dan twaalf tot vijftien jaar is een lekkende warmtewisselaar vaak het punt waarop vervangen voordeliger is dan repareren. Bij een jonger toestel valt het meestal nog onder garantie of is het onderdeel los te vervangen.
Laat in beide gevallen eerst de rest van de installatie uitsluiten. Een expansievat of een radiatoraansluiting is aanzienlijk eenvoudiger te herstellen dan een ketel.
Klaar om actie te ondernemen?
Doe de keuzehulp en wij koppelen u aan de juiste loodgieter voor uw klus.
Start — het duurt 2 minuten